Voertuigkennis

Van elke motorrijder wordt verwacht dat hij of zij een zekere kennis van de motorfiets bezit om veilig te kunnen rijden. Deze kennis wordt getoetst vlak voor aanvang van het praktijk examen door de examinator. Je kunt een 5 tal vragen over het hieronder vermelde “B.R.A.V.O.K.” verwachten. Neem dit zelfstandig door en controleer bij de motorfiets waar de genoemde onderdelen zich bevinden. Als je hierover vragen hebt kun je natuurlijk terecht bij jouw instructeur.

Banden:

• De bandenspanning moet goed zijn. Deze spanning is ongeveer 2,5 bar bij normale belasting. Als je met 2 personen of met bagage gaat rijden moet er meer lucht in de achterband (2,9 bar).

• Wettelijk moet de profieldiepte in de hoofdgroeve van de band minimaal 1 mm zijn. Het is echter veiliger om bij 2  mm de band al te wisselen. Het profiel dient voor de afvoer van water en vuil.

• De band mag niet beschadigd zijn. Controleer regelmatig of er geen scherpe delen in de band zitten (bv spijkers).

• Het ventieldopje moet aanwezig zijn (ter voorkoming van vuil in het ventiel).

Remmen:

Bij de 250 cc motoren is de voorrem een schijfrem en de achterrem een trommelrem. Bij de 500 cc motoren zijn beide remmen schijfremmen.

Het grote verschil tussen schijf- en trommelrem is:

• De schijfrem wordt hydraulisch bediend (door middel van olie).

• De trommelrem wordt mechanisch bediend (door middel van een stang).

Voorrem controle: (250 cc en 500 cc)

• remdruk (door de remhandel een keer in te knijpen)

• remvloeistofpeil

• lekkage

Als het remvloeistofpeil te laag is, moet je de remblokken controleren. Dit peil zakt namelijk naarmate de remblokken slijten. Te laag vloeistofpeil betekent dus niet dat er een lekkage is.

Achterrem controle:

500 cc (zie voorrem controle), 250 cc:

• Vrije slag van het rempedaal (ongeveer 3 cm)

• De slijtindicator (wijzertje) op de rem as mag hij ingetrapte rem niet voorbij de aanduiding op de ankerplaat komen. Is dit wel het geval dan zijn de remvoeringen versleten.

Accu:

De accu zit onder de buddy seat. Dit is een onderhoudvrije accu. Controleer of de accu goed vastzit en of deze geen sporen van lekkage vertoont (bloemkool effect).

Bij een niet onderhoudvrije accu moet je het vloeistofpeil controleren en eventueel bijvullen met gedestilleerd water.

Verlichting:

Controleer alle aanwezige verlichting op de motorfiets (remlicht van voor- en achterrem apart controleren).

Olie:

• Controleer het oliepeil via de peilstok aan de rechterzijde van het motorblok. Natuurlijk moet je wel eerst de motor recht zetten. Het oliepeil moet tussen minimaal en maximaal staan. Indien er te weinig olie in de motor zit moet je olie bijvullen. Dit doe je bij de vulopening op de rechterzijde van het motorblok.

• controleer op lekkage

Ketting En Tandwielen:

• De ketting moet goed gesmeerd zijn.

• De kettingspeling mag maximaal ongeveer 2 cm zijn (meten in onbelaste toestand aan de onderzijde van de ketting).

• De ketting en tandwielen controleren op slijtage (geen scherpe of afgebroken tanden).

Vervang bij slijtage altijd de ketting en tandwielen tegelijkertijd.

Diversen:

De lesmotoren zijn 500cc / 2 cilindermotoren met vloeistofkoeling. Een vloeistof gekoelde motor kun je herkennen aan de radiator, die aan de voorzijde van het motorblok is geplaatst. Het peil van de koelvloeistof kun je controleren bij het tankje dat aan de rechterzijde net achter het motorblok zit.

De benzinekraan vind je aan de linkerkant van de motor onder de benzinetank. De kraan gaat bij het starten vanzelf open en sluit als de motor is uitgezet. De benzinekraan heeft 3 standen: aan, pri en reserve. De pri-stand gebruik je om de stap tussen aan en reserve te overbruggen. Het brandstofsysteem loopt in deze stand weer vol en er kan vervolgens weer vlot gestart worden.

De waarschuwingslampjes in de toerenteller zijn van:

• de oliedruk

• de temperatuur van de koelvloeistof

Wanneer een van deze lampjes gaat branden bij een in werking zijnde motor, moet je zo spoedig mogelijk op een veilige plaats stoppen en controleren of laten controleren wat er mis is.

De noodschakelaar (herkenbaar aan de rode kleur) is bedoeld om na een eventuele valpartij de motor te stoppen zonder dat hierbij de verlichting uitgeschakeld wordt.

Bij de achtervering kun je door middel van een speciale sleutel (in het gereedschapsetje) het veercomfort instellen. Afhankelijk van de belading kun je de juiste stand instellen. Let wel op dat je de linker en rechter achterveer op dezelfde stand zet.

Voor alle benodigde informatie over de motorfiets kun je natuurlijk altijd het instructieboekje raadplegen.